# 8. Hoe pas ik mijn presentatie aan verschillende doelgroepen aan?
Je hoeft niet honderd versies van jezelf te worden.
Je hoeft alleen maar te weten: waar verlangen zij naar en waar zijn ze bang voor?
Doelgroep-aanpassing zit vooral in drie knoppen:
1) Taal: jargon of gewoon Nederlands
2) Belang: wat staat er voor hén op het spel?
3) Voorbeelden: uit hún wereld
Ik had eens iemand die dezelfde presentatie gaf aan twee groepen: vakgenoten en bestuur. Bij de vakgenoten werkte het prima. Bij het bestuur niet. Niet omdat de inhoud anders moest—maar omdat het belang anders lag. Bestuur wil bv. weten: Waarom nu? Wat kost het? Wat levert het op?*
Toen ze dat één keer hardop uitsprak – en er een voorbeeld bij gaf uit hún werkelijkheid – kantelde de hele zaal.
Maar het is naast het aanpassen van taal ook belangrijk dat jij je afstemt qua kleding. Want als je overdressed ergens staat te presenteren voel jij je ongemakkelijk en andersom ook. Voor underdressed geldt natuurlijk precies het zelfde.
Dus bedenk altijd voorafgaand aan een presentatie:
Dus bedenk altijd voorafgaand aan een presentatie:
- Wie is mijn publiek?
- Wat is het doel?
- Wat is mijn kernboodschap?
Mini-oefening:
Schrijf je opening in drie varianten:
Voor *collega’s*, voor *directie*, voor *klanten*.
Je voelt direct wat je moet veranderen.
Succes!

